Hongarije wint. Opnieuw.
Mercedes bouwt de compacte g-Klasse in Kecskemét, niet in Duitsland. Het plan verschuift de montage weg van Rastatt. Kosten zijn belangrijk.
“Het is een compleet nieuwe ontwikkeling.”
— Ola Källenius
De full-size G-Klasse wordt in Oostenrijk gebouwd, weet je nog. Magna Steyr verzorgt daar het zware werk. Dus waarom zou de kleine anders zijn? Dat zou niet moeten. De logica is koud, efficiënt en puur financieel. Lagere lonen. Goedkopere operaties. De Hongaren krijgen het werk; Duitsland verliest een prestigebadge.
Drie jaar na de eerste plaag. Negen maanden na die glimp van september 2023 in München. Het kleine vierkante doosje heeft namen. Baby G. Kleine G. Mercedes gebruikt de kleine letter g om een scheiding met zijn premium broer aan te geven. Een afstandsmanoeuvre. De markt is verward maar nieuwsgierig.
2027 is het doel. Bij aankomst staat er een Hongaars adres op. Dit is geen gerucht. Het is de waarschijnlijke realiteit.
Geld beweegt
Kecskemét groeit snel. € 1 miljard vloeit naar expansie. De capaciteit bedraagt 400,00 eenheden per jaar. Dat is straks de grootste Mercedes-fabriek van Europa. Het slokt 30% van hun continentale productie op. Het dubbele van wat het nu doet.
3.000 banen toegevoegd. Het personeelsbestand groeit tot 7.500 zielen op de werkvloer.
Is het slim?
Absoluut. De g-Klasse deelt DNA met de CLA en zijn stationwagenvariant. Die rollen al van de band in Hongarije. Het toevoegen van nog een doos aan de lopende band bespaart miljoenen. Rastatt is duur. De Duitse arbeidskosten zijn wreed vergeleken met die van hun Midden-Europese neven.
U wilt bezuinigen zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit. Bouw goedkopere grond in.
Betekent dit goedkopere auto’s? Misschien. Als Mercedes erom geeft. Meestal geven ze het spaargeld niet door. Ze eten ze. Of gebruik ze voor batterijonderzoek. De consument krijgt niets, tenzij de concurrentie een prijzenoorlog afdwingt.
De auto zelf? Waarschijnlijk niet zo robuust als de grote broer. Dat zal nooit zo zijn. Maar het zou de GLB op vuil moeten verpletteren. Logica suggereert een betere bodemvrijheid en een hardere vering. De GLB is een verheerlijkte kruidenierswinkel. De g-Klasse mikt hoger. Probeert hoger.
Benzine blijft hangen
Hier is de draai. Geen volledig elektrisch mandaat.
Oorspronkelijk was het plan volledig EV. Schoon. Groente. Modern. De Amerikaanse dealers weigerden. Ze willen verbrandingsmotoren. Benzine verkoopt. Het compromis? Er zullen naast de EV-versies ook gasmotoren bestaan.
Een mild-hybride GLB kost ongeveer € 46.868. Een EV-broer of zus zit € 4.000 hoger. Die kloof blijft bestaan. De g-Klasse zal qua prijs en capaciteiten tussen hen in zitten.
Verwacht een premie. Zeker boven de GLB. Absoluut onder de enorme G500 voor € 127.000. Als de regel van ‘volledig nieuwe ontwikkeling’ waar is, stijgen de prijzen. Niet op G-Klasse-niveau. Maar hoog genoeg om te steken.
Waar betalen wij voor? De vorm. De vierkantigheid. De merkenbelasting.
De mening van Motor1? Het is gewoon zakendoen. Fabrieken verhuizen naar waar geld zichzelf bespaart. Het schaadt de Duitse trots. Rastatt voelt het verlies. Maar Magna Steyr in Graz maakt de originele G-Klasse. En raad eens? De omzet steeg vorig jaar met 23%. Bijna 50.000 verkochte exemplaren. Recordcijfers.
Maakt de montagelocatie uit? Aan ingenieurs. Aan vakbonden. Aan patriotten. Aan kopers? Niet veel. Je zult geen twee keer kijken naar een Duitse luxeauto met Hongaars kenteken.
Je betaalt voor de driepuntige ster. Niet de grond eronder.










